
Jaarlijks wordt op 26 september de Dag van de Talen georganiseerd door de Raad van Europa en de Europese Gemeenschap. Dit jaar wordt deze dag voor de 10e keer gehouden. De dag heeft drie doelen: iedereen bewust maken van de rijkdom aan talen in Europa, de culturele en taalkundige verscheidenheid stimuleren, en iedereen aanmoedigen om vreemde talen te leren. De Europese Dag van de Talen wordt in Nederland gecoördineerd door het Europees Platform en wordt ondersteund door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het thema van dit jaar is “Met talen kom je verder”. Het idee achter dit thema is dat je door het spreken van een vreemde taal verder komt in je werk, verder dan de grens. Landgrenzen en taalgrenzen vormen geen barrière als je je talen goed beheerst.
Ook de Europese Commissie schenkt veel aandacht aan de Dag van de talen. Met deze dag wil de Commissie laten zien welke rijkdom aan talen we in Europa hebben en moedigt ze mensen aan om vreemde talen te leren. De Europese Commissie werkt samen met de regeringen van de EU-landen, het Europees Parlement, de Europese regio’s en de sociale partners om: Lees meer…
De laatste jaren worden steeds meer buzzwoorden gebruikt. Dit zijn modewoorden of uitdrukkingen die eigenlijk geen duidelijke betekenis hebben. Ze worden gebruikt in bepaalde vakgebieden zoals ICT, marketing, telefonie en managementmethodes en worden door de (social) media overgenomen. Buzzwoorden worden vooral gebruikt om teksten interessanter te laten overkomen. Ook worden ze gebruikt bij nieuwe snufjes of werkwijzen waar veel van wordt verwacht.
De term buzzwoord is waarschijnlijk afkomstig van het werkwoord to buzz, wat ‘gonzen’ of ‘geroezemoes’ betekent. Een buzzwoord is dus eigenlijk iets waar iedereen over praat – het gonst ervan. Wat typeert nou eigenlijk een buzzwoord: Lees meer…
Engelse moedertaalsprekers gebruiken voor 90% van hun gesproken en geschreven taal slechts 7.500 woorden. Bij het leren van het Engels is het dus handig om je in eerste instantie op deze woorden te richten. Niet dat de overige woorden niet belangrijk zijn voor de communicatie, maar met de kennis van deze 7.500 woorden kom je een heel eind. Maar wat zijn dan die woorden die het meest worden gebruikt? Lees meer…
In onze schrijftaal gebruiken we vaak nog verouderde woorden en ouderwetse uitdrukkingen die we in de spreektaal al lang niet meer gebruiken. Omdat bijna niemand deze oubollige woorden nog gebruikt, komen ze formeel, afstandelijk en onnodig moeilijk over. Hoog tijd dus om hiermee te stoppen. We noemen dit oubollige taalgebruik ook wel ambtenarentaal, omdat ambtenaren het imago hebben ouderwetse en ingewikkelde taal te gebruiken. Gelukkig is dit imago wel wat achterhaald en schrijven zij tegenwoordig steeds meer in begrijpelijke taal.
Hierbij tips om ouderwetse/oubollige woorden om te zetten in moderne en beter leesbare varianten. Lees meer…
We hebben er de laatste jaren veel nieuwe woorden, en daardoor werkwoorden, bij gekregen in de Nederlandse taal. De meeste woorden zijn afkomstig van Engelstalige telefoon- en computerprogramma’s. Maar als je deze Engelse zelfstandige naamwoorden zoals Skype, Twitter, hashtag en e-reader als werkwoord wilt gebruiken, hoe ga je dan te werk?
Gelukkig bestaan er afspraken over hoe wij de Engelse werkwoorden in onze Nederlandse taal kunnen gebruiken.
’t Kofschip
Het uitgangspunt is dat we de werkwoorden van Engelse herkomst gewoon vervoegen zoals we dat ook doen bij de Nederlandse werkwoorden. We gebruiken dus ook de regels van ’t kofschip. Weet je deze regels nog?
Is de laatste letter van de stam van een zwak werkwoord een medeklinker uit ‘t kofschip?
Ja? Dan worden de verleden tijd en het voltooid deelwoord gevormd met –te. Bijvoorbeeld: pak – pakte – gepakt en chat – chatte – gechat.
Nee? Dan vormen we de verleden tijd en het voltooid deelwoord met –de. Zoals vorm – vormde – gevormd en chil – childe – gechild.
Aan de medeklinkers van ‘t kofschip moeten we voor Engelse werkwoorden de sisklanken /sj/ en /tsj/ toevoegen. Die horen we bijvoorbeeld aan het eind van de woorden push en stretch.
Een ander hulpmiddel is het luisteren naar de verleden tijd. Dus: als we willen weten wat de laatste letter van een voltooid deelwoord is, dan spreken we het woord uit in de verleden tijd. Ik leefde – Ik heb geleefd en ik spamde – ik heb gespamd.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen, zo is in sommige werkwoorden een extra e nodig. Daarom hieronder een overzicht van nieuwe werkwoorden van Engelse oorsprong op een rijtje. Lees meer…