
Hoe vaak gebeurt het niet dat je na een gesprek een uur later weet wat je had willen zeggen. Hoe komt het dat veel mensen er moeilijk in slagen op het goede moment te zeggen wat ze op het hart hebben? Wat moet je doen om assertiever voor de dag te komen?
Ieder heeft zijn eigen barrières bij het laten zien van assertief gedrag. Deze kunnen op verschillende vlakken liggen:
Als je in de zomer aan het werk bent, heb je wellicht tijd om de standaardformuleringen in je e-mails eens onder de loep te nemen. Wij verzamelden opvallende fouten en slordigheden in e-mails die we ontvingen. Wat viel ons op?
‘Uw reactie zien wij graag tegemoed.’
Een formulering die veel gebruikt wordt, maar: ‘tegemoet’ eindigt op een ‘t’.
‘Wij horen het uiteraard graag als er vragen zijn of dat iets nog niet op orde is.’
Nog zo’n veelgebruikte slotzin die niet helemaal goed is. Afgezien van de grammaticale fout in deze zin, kun je je afvragen of dit bedrijf echt graag hoort dat iets nog niet op orde is. Ze wekken zo de indruk dat ze hun best doen om hun zaken niet op orde te hebben. De volgende variant lijkt ons beter: ‘Heeft u nog vragen of is toch nog niet alles op orde, neemt u dan even contact met ons op.’
Lees meer…
Webteksten lees je anders dan papieren teksten. Het lezen van je beeldscherm duurt 20 tot 50 procent langer dan van papier. Bovendien worden teksten op het scherm minder goed begrepen en minder goed onthouden. Weblezers springen van links naar rechts en zijn ongeduldig. Als een webtekst niet duidelijk is, klikt de lezer heel snel weg. Hier moet je rekening mee houden als je een webtekst gaat schrijven.
Maximaal drie keer klikken
Bezoekers van jouw website willen binnen drie klikken antwoord op hun vraag vinden. Niets is vermoeiender dan lange teksten op een beeldscherm lezen. Je moet je lezers dus snel overtuigen van de diensten of producten die je aanbiedt. Schrijf je tekst daarom bondig en helder, met hyperlinks naar de onderdelen die de lezer interessant vindt.
Voor een duidelijke webtekst zijn de volgende punten van belang: Lees meer…
In Nederland zeggen we al snel “jij” of “je” tegen iemand, ook als we die persoon nog niet echt goed kennen. In Duitsland gebeurt dat alleen bij familieleden (ouders, opa en oma, oom en tante), mensen onder de zestien jaar en bij vrienden. In alle andere gevallen gebruik je “Sie”. In Duitsland ligt deze aanspreekvorm heel gevoelig. Wij Nederlanders ervaren het gebruik van “Sie” vaak als stijf en ouderwets, maar in Duitsland is het een teken van respect.
Sylvie van der Vaart maakte in het programma Let’s dance de ‘fout’ om haar Duitse kijkers met “du” aan te spreken in plaats van “Sie”. Ze kreeg direct alle Duitse media over zich heen. In Nederland is het gebruik van je en jouw op de televisie en op de radio heel normaal, maar in Duitsland ligt dat dus even anders. Haar werkgever RTL vond het echter wel baanbrekend en steunt Sylvie in haar tutoyerende taalgebruik. Lees meer…
Adviseren doen we allemaal. Soms beknopt en ongemerkt, soms uitvoerig en bewust. In de beroepssfeer hebben niet alleen belastingadviseurs, therapeuten of managementconsultants met advies geven te maken, ook veel staffuncties bevatten typische advieselementen. Het feitelijke adviesgesprek bestaat uit vier fasen: de voorbereiding, de inleiding, de kern en de afronding. Een eventuele vijfde fase kan na het werkelijke gesprek plaatshebben. We spreken in die fase wel van een informeel nagesprek.
Fase 1. De voorbereiding
De voorbereiding van een adviesgesprek is een belangrijk onderdeel van het werk van iedere adviseur. Nadat je je hebt heeft verdiept in het probleem of de vraag van de adviesvrager, stel je vanuit jouw vakinhoudelijke achtergrond een aantal adviezen op die in het gesprek aan de orde kunnen komen. Je oriënteert je bij de voorbereiding van dit gesprek zo uitvoerig mogelijk op de situatie waarin het gesprek gevoerd gaat worden. Lees meer…