Voorzetsels: er vanuit gaan of ervan uitgaan?

15 februari 2011 - Auteur:

Voorzetsels zijn dikwijls de kleinste woorden die je in een zin gebruikt, vaak twee of drie lettertekens: in, op, na, naar, aan, etc. De term voorzetsel verwijst naar het feit dat het vóór een naamwoord staat: op de tafel, uit een rapport, naar een studio, tegen mij, in de vergadering.

Ervan uitgaan: los of aan elkaar?
In brieven is de afsluitende zin vaak: Ik ga ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De schrijfwijze is niet altijd helder: wat schrijf je los en wat komt aan elkaar? Hieronder geven we je een uitleg. Ga en uit vormen samen het werkwoord. Van en iets vormen samen het voorzetselvoorwerp. Het voorwerp, de ‘iets’, kan vervangen worden door het woordje er.

Uitgaan van een rapport -> ervan uitgaan. Ervan verwijst naar het vervangen voorwerp, de iets. De vraag is altijd mogelijk: waarvan ben je uitgegaan? Van dit rapport.

Werkwoordsdelen en voorwerpsdelen schrijf je niet aan elkaar. Dit wordt vaak fout gedaan. Het is dus niet: Ik ben er vanuit gegaan. Correct is: Ik ben ervan uitgegaan.

De woorden er-hier-daar-waar zijn verwant. Er is neutraal, hier is een er ‘dichtbij’, daar is een er ‘verweg’, waar is een er ‘in vraagvorm’. Het voorzetsel schrijf je vast aan het woord: Hierbij, daarmee, erover, ervan.

Tip
Bedenk hoe je iets zou opzoeken in een woordenboek. In bovenstaand voorbeeld zoek je dan niet op gaan, maar op uitgaan. De elementen uit en gaan blijven dus waar mogelijk bij elkaar, en schrijf je in ieder geval los van het voorzetsel en het voorwerp. Nog twee voorbeelden:

Hij is erop ingegaan (op dit voorstel – ingaan)
Zij is ervan afgevallen (van dit dieet – afvallen)

In veel talen levert het juist gebruik van de voorzetsels veel hoofdbrekens op. Nederlandse moedertaalsprekers hebben doorgaans weinig moeite met veelgebruikte voorzetsels. Minder gebruikte uitdrukkingen leveren wel eens problemen op. Hiervoor is het pocketwoordenboek Voorzetsels van R. Riemersma (2010) een goed naslagwerk. Het geeft een volledig overzicht van deze combinaties, met voorbeeldzinnen. Ook in de Opfriscursus Nederlands komen dergelijke taalproblemen aan de orde.


Assertief zijn kun je leren

11 februari 2011 - Auteur:

Voor lang niet iedereen is het laten zien van assertief gedrag vanzelfsprekend. Assertiviteit is het opkomen voor jouw persoonlijke belangen, het uitdrukking geven aan (uiten van) jouw gevoelens, gedachten en wensen op een gepaste manier (het durven zeggen van wat je denkt, voelt en wilt). Dit op basis van respect. Respect voor jouw eigen belangen én respect voor de belangen van de ander.

Assertiviteit is ook: je verweren tegen onterechte eisen of aanspraken van anderen, zonder de relatie onnodig te beschadigen. Dat komt neer op ‘nee’ durven zeggen en dat volhouden. Jezelf verweren moet beslist en duidelijk gebeuren, zonder over te gaan tot het aanvallen van de ander. In principe is assertiviteit gericht op het openhouden van de communicatie (omgang) met anderen en zal assertiviteit (door de eerlijkheid, directheid en openheid) de communicatie stimuleren. Lees meer…


Vlot notuleren met een goed sjabloon

8 februari 2011 - Auteur:

Je kunt een behoorlijke tijdwinst behalen bij het notuleren als je je aantekeningen overzichtelijk indeelt. Het gebruik van de juiste notuleerbladen (sjabloon) kan je hierbij helpen. Daarmee dwing je jezelf volgens een bepaalde structuur te werken. Een notuleerblad maak je voorafgaand aan de vergadering. Met de juiste notuleerbladen kun je het besprokene al tijdens de vergadering ordenen. Je kunt bijvoorbeeld een drie of vier kolommensysteem gebruiken. In de kolommen noteer je de agendapunten en ook kort wat er besproken is. Een verslag in deze vorm kun je ook als actielijst/besluitenlijst gebruiken.

Driekolommen

Agendapunt Kern Resultaat
  Samenvatting agendapunt, of een samenvatting per spreker Besluiten en acties
     

 Vierkolommen

Agendapunt/spreker Resultaat Wie (actienemer) Wanneer (termijn)
       

Lees meer…


Verkooptechniek “Verkopen met je oren”

4 februari 2011 - Auteur:

Als het om verkopen gaat, hebben we de neiging om vooral veel te vertellen. Dat is logisch, want je weet alles over jouw product of dienst en je bent daar enthousiast over. Je wilt graag je gesprekspartner hetzelfde laten weten wat jij weet. Uiteraard is dat een goede insteek voor een verkoopgesprek, maar denk eens na over de volgende vragen. Hoe lang heb je er over gedaan om al die kennis op te bouwen? Hoe lang duurt een verkoopgesprek? Meestal een uur. Denk je dat je iemand in een uur kunt vertellen wat jij allemaal weet? Waarschijnlijk niet. Zou het kunnen zijn dat alleen maar praten misschien niet de handigste manier van verkopen is? Lees meer…


Missers bij het schrijven van een beleidsnota

1 februari 2011 - Auteur:

Tijdens het schrijven van een beleidsnota kun je als schrijver het spoor bijster raken. Zo is het mogelijk dat je de informatie verkeerd structureert. Wat aan het begin hoort, plaats je aan het eind, wat in het midden van je nota hoort te staan, schrijf je in het begin. Ook kan het gebeuren dat je informatie geeft die helemaal niet in de beleidsnota moet komen, omdat die niet relevant is voor het beantwoorden van de centrale vraag. Maar het kan ook zo zijn dat je te weinig argumenten geeft om de lezer te overtuigen van jouw standpunt. We willen je graag duidelijkheid geven in de mogelijke problemen die tijdens het schrijven van een beleidsnota kunnen ontstaan, en oplossingen geven om weer verder te gaan.

Geen centrale vraag
Het ontbreken van een centrale vraag of een onduidelijke centrale vraag is een probleem dat eigenlijk niet mag voorkomen. Hiermee ontbreekt namelijk de kern van je beleidsnota. De lezer gaat op zoek naar de centrale vraag en als die er niet is of als die onduidelijk is, kost dit de lezer veel tijd. De lezer gaat dan zelf een centrale vraag formuleren, waardoor onbegrip onstaat, omdat jij misschien heel iets andere bedoelde met jouw beleidsnota. Zorg dus altijd voor een goed geformuleerde centrale vraag, die in je beleidsnota wordt beantwoord. Lees meer…