Betrekkelijke voornaamwoorden: regels dat/wat

De regels voor het gebruiken van een betrekkelijk voornaamwoord hebben we op school geleerd, maar zijn niet bij iedereen even goed blijven hangen. Daarom nu een kleine opfrisles. Een betrekkelijk voornaamwoord verwijst naar iets wat al eerder is genoemd. Dat kan een woord, een woordgroep of een zin zijn. Waar het betrekkelijke voornaamwoord op terugslaat noem je het antecedent. De meeste problemen doen zich voor bij het gebruik van dat of wat. De regels We bespreken hier de regels van de betrekkelijke voornaamwoorden: die, wie, dat en wat.
  • Die gebruik je bij de-woorden en bij woorden die in het meervoud staan. Bijvoorbeeld: De popgroepen die tijdens het festival optraden, werden toegejuicht.
  • Wie gebruik je altijd in combinatie met een voorzetsel. Bijvoorbeeld: De jongen op wie ik verliefd ben, woont in een andere stad. De schrijver om wie we treuren, was erg geliefd.
  • Dat gebruik je bij verwijzing naar het-woorden. Bijvoorbeeld: Het boek dat daar ligt, is erg mooi. Het paard dat in de wei staat, is mank.
  • Wat is een bijzonder betrekkelijk voornaamwoord en gebruik je in de volgende vier gevallen: