De verbreedde weg of de verbrede weg?

Er worden nog wel eens fouten gemaakt met het voltooid deelwoord dat als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt.  Schrijf je nou de verbreedde weg of de verbrede weg? In dit blog nog even een korte uitleg. Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Het huis is groot. In verbogen vorm: het grote huis. De fiets is mooi. De mooie fiets. De weg is breed. De brede weg. Voor een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord gelden dezelfde spellingsregels als voor een verbogen bijvoeglijk naamwoord. Als een bijvoeglijk naamwoord een lange klinker heeft, zoals in groot, dan wordt dit in een verbuiging een korte klinker als er een –e achter komt: grote. Heeft het bijvoeglijk naamwoord een korte klinker, bijvoorbeeld wit, dan wordt het bijvoeglijk naamwoord op –e met twee medeklinkers geschreven: witte.