Een van de grootste problemen bij het telefoneren in het Engels is vaak de spreeksnelheid van de ander. Native speakers (moedertaalsprekers), met name zakenmensen, hebben de neiging erg snel te spreken aan de telefoon. We geven hier wat praktische tips om native speakers wat langzamer te laten spreken.
Tips om mensen langzamer te laten spreken
- Vraag de spreker direct bij het begin van het gesprek om langzaam te spreken. Geef aan dat je zelf geen native speaker bent.
- Als je notities maakt tijdens het telefoongesprek, herhaal dan regelmatig wat de spreker heeft gezegd. Dit is een handig hulpmiddel, want door het vragen woorden te herhalen of te spellen gaat de spreker al vanzelf langzamer spreken.
- Zeg niet dat je iets hebt begrepen als dat niet het geval is. Vraag om herhaling of uitleg tot je het echt hebt begrepen. Bedenk dat het ook in het belang van de spreker is dat hij wordt begrepen. Als je meer dan twee keer hebt gevraagd om iets te herhalen, gaat de spreker meestal ook wel langzamer spreken.
- Als de spreker niet langzamer gaat praten, geef dan in het Nederlands antwoord. De boodschap dat je het niet begrijpt komt dan snel over. De spreker spreekt waarschijnlijk geen Nederlands. Hij bedenkt dan hopelijk dat hij blij mag zijn dat jij Engels spreekt omdat er anders helemaal geen gesprek mogelijk is. Meestal gaat hij dan echt wel langzamer spreken. Maar wees wel voorzichtig met deze methode, want het komt niet altijd even professioneel over. Doe het alleen bij collega’s en niet bij klanten of leidinggevenden.
Zinnen die je kunt gebruiken tijdens een telefoongesprek:
- Could you speak a little slower, please?
- I’m sorry I didn’t hear you, would you repeat …?
- Sorry, what did you say?
- Could you repeat that?
- I’m sorry, I didn’t catch that.
- Can you spell that for me, please?
- Could you just go over that again?
- Let me just repeat that.
- If I understand you correctly, you are saying …
RSS feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URL