“In eerste instantie ontstond de training ‘Beleidsteksten schrijven’ uit een spontane samenwerking” legt Miriam uit. “Wij bleken beiden deze training te geven en we hebben een paar jaar geleden ons materiaal samengevoegd.” Eline vult aan: “We hebben er samen een mooie training van gemaakt, waarbij het voordeel is dat we elkaar kunnen afwisselen en de inhoud toch hetzelfde blijft.” Op deze manier volgen alle deelnemers bij NIOW dezelfde solide training.

 

Belangrijk verschil met de meeste andere trainingen over beleidsteksten is dat onze training uit drie dagen bestaat. Daardoor is er tijd voor diepgang. Eline vertelt dat het bijvoorbeeld gaat over de plek van de beleidstekst in het beleidsproces. “Wat voor tekst hoort bij welke fase in dit proces? Wat kun je nog meer doen om draagvlak te krijgen voor je beleid? Dat is belangrijk om te onderkennen.”

 

Aannames weerleggen

Rode lijn in de driedaagse schrijftraining blijkt het weerleggen van aannames over het schrijven. Zoals over de schrijfaanpak, over het doel van de tekst en over de structuur en opbouw. Miriam legt uit dat een nieuwe schrijfaanpak al begint voor er een letter is geschreven. “Schrijven is denken! De eerste fase in het schrijfproces is eigenlijk een denkfase. Hierbij onderscheiden we drie belangrijke denkvragen:

  • wat is de opdracht?
  • voor wie schrijf je?
  • wat is de kernboodschap?

 

Eline: “Eigenlijk is de grootste valkuil van mensen dat ze meteen beginnen met schrijven.”  

 

Kapstok

Aan de andere kant kan de opdrachtgever van de beleidstekst een te vage opdracht geven. Miriam: “Helderheid over het doel van de tekst is echt de kapstok van de tekst. Hier hang je díe elementen aan die er een adviserende of juist een overtuigende tekst van maken.” Eline: “Vaak komt de opdracht even snel in een kort gesprekje met de manager. Die zegt dan: “Iedereen moet gezonder worden en bewegen, dus onze medewerkers ook. Denk erover na en ik zie heel graag je voorstel.’” Maar wat is nu het doel van die beleidstekst? Miriam: “Om teleurstellingen en tijdverspilling te voorkomen, kun je beter het doel een keer extra checken voor je begint met schrijven.”

 

Goed, het doel is bekend en dan kan het schrijven beginnen. In de training leer je onder meer hoe je je argumentatie het beste kunt opbouwen. Eline: “Dat is een techniek, een vorm van analytisch denken. Je moet argumenten van gelijke orde hebben die de lezer aanspreken of overtuigen. Je verplaatst je in je publiek, in de drijfveren van je lezer.” De trainers geven de deelnemers tips om meer over de lezers van hun tekst te weten te komen: “Ga eens met een collega praten die vóór het voorstel is, of vraag de OR welk onderdeel van een advies voor hen van belang is.”

 

Geen thriller en geen scriptie

Een andere aanname die schrijvers van beleidsteksten vaak doen, is dat ze denken dat het niet hoort om kort en bondig te zijn en dat het ongewenst is om de kernboodschap voorop te zetten. Eline legt uit dat het voor starters even omschakelen is van een scriptie naar een adviesnota: “In een studie aan de universiteit leer je om objectief te formuleren, zodat het proces helemaal zichtbaar en navolgbaar is. Met de conclusie helemaal achteraan en je denkproces stap voor stap verwoord. Maar dat hoeft helemaal niet in een beleidstekst!” Miriam: “En de kernboodschap voorop? Mensen vinden dat spannend, want dan ‘geven ze het weg’.

 

"Ik zeg dan: we gaan geen roman schrijven, het is ook geen thriller. We gaan informatie verschaffen en dat moet je gewoon zo duidelijk mogelijk doen.”

 

Trechter- en piramidevorm

De laatste jaren is het schrijven in een piramidevorm gemeengoed geworden. Daar wordt in de training dan ook veel aandacht aan besteed. De trainers merken wel dat het voor sommige deelnemers wat lastiger is om de trechtervorm los te laten en een schrijfaanpak te veranderen die ze al jaren hanteren. “Maar als ze het eenmaal met succes geprobeerd hebben, beginnen ze met meer vertrouwen aan de volgende tekst.” aldus Miriam. Eline valt het op dat dit probleem bij young professionals minder speelt, bij hen is het vooral zaak is om het ‘academisch’ schrijven af te leren.

 

Naast theorie, oefeningen en feedback zien de deelnemers een toegevoegde waarde in het uitwisselen van ervaringen. “Mensen hebben soms een andere verwachting van de schrijftraining” legt Eline uit. “Maar het is geen stoffige training waarin je alleen maar schrijft. Deelnemers vinden het juist leuk om van andere mensen te leren en dingen te herkennen. Zo kom je erachter dat je niet de enige bent die ergens mee tobt!” Deelnemers krijgen in de training een checklist zodat ze niet steeds de stappen in het schrijfproces zelf hoeven te verzinnen. Dat geeft rust en overzicht. Mede daardoor wordt de training door alle deelnemers die met beleidsteksten werken als zeer nuttig en waardevol ervaren. Miriam sluit af: “Het klinkt tegenstrijdig, maar hoe meer tijd je vooraf besteedt aan denken en niet aan schrijven, des te sneller heb je de juiste tekst geschreven!”

 

Wil je zelf ook ervaren hoe je met heldere beleidsteksten meer aandacht en draagvlak voor je beleid kunt krijgen? Schrijf je dan nu in voor de training Beleidsteksten schrijven!

 

"Fijn dat deze training 3 dagen duurt, zodat je echt leert hoe de tekst in het hele beleidsproces valt. Ik merk dat ik ook sneller begin, eerder klaar ben en dat mijn tekst op kantoor nu wel de juiste aandacht krijgt."

(deelnemer Open training Beleidsteksten schrijven)