Goede training met gemotiveerde trainer.
Deelnemer training Opfriscursus NederlandsEen rapportage kan grammaticaal helemaal kloppen en toch onduidelijk zijn. "Mevrouw had een onrustige nacht." "Patiënt reageerde niet goed op de medicatie." "Cliënt was vandaag erg verward." Voor degene die erbij was, is meestal wel duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Maar een collega die uren later de rapportage leest, mist context. Wat was er precies te zien, wat is er veranderd ten opzichte van eerder, welke actie is ondernomen, en wat betekent "niet goed" eigenlijk?
In de zorg is schrijven zelden een doel op zich. Een rapportage, overdracht of notitie moet ervoor zorgen dat een volgende collega snel begrijpt wat relevant is. Dat vraagt meer dan foutloos Nederlands. Het vraagt om professionele schrijfvaardigheid: de vaardigheid om precies die informatie neer te zetten die een ander nodig heeft om de situatie te begrijpen en er iets mee te doen.
Zorgprofessionals schrijven niet voor een cijfer en meestal ook niet voor één vaste lezer. Wat zij vastleggen, kan later worden gelezen door verschillende collega's en andere betrokken professionals, op momenten die niet altijd te voorspellen zijn. De schrijver weet vaak niet wanneer of door wie de informatie opnieuw wordt geraadpleegd, en dat maakt de eisen aan de tekst hoger dan ze op het eerste gezicht lijken.
Een goede rapportage moet zelfstandig te begrijpen zijn, ook wanneer de schrijver niet naast de lezer staat om extra toelichting te geven. Daar gaat het in de praktijk regelmatig mis, en zelden omdat zorgprofessionals niet zouden kunnen schrijven. Het probleem zit dieper: mensen schrijven vanuit hun eigen kennis van de situatie. Informatie die voor de schrijver vanzelfsprekend is, wordt daardoor onbewust weggelaten. De kunst is dus niet om méér te schrijven, maar om te bepalen wat de volgende lezer nodig heeft om de situatie goed te begrijpen.
In zorgcommunicatie is het belangrijk om observaties zo concreet mogelijk te formuleren. Toch sluipen interpretaties gemakkelijk een tekst binnen. Er is een verschil tussen "De patiënt was agressief" en "De patiënt verhief meerdere keren zijn stem en sloeg met zijn hand op tafel." De eerste zin bevat vooral een interpretatie van gedrag, de tweede beschrijft wat daadwerkelijk is waargenomen.
Hetzelfde geldt voor woorden als onrustig, verward, boos, lastig of "gaat beter". Ze zijn snel opgeschreven, maar kunnen door verschillende lezers verschillend worden geïnterpreteerd. Goed rapporteren begint daarom vaak met een simpele controlevraag aan jezelf: schrijf ik op wat ik heb waargenomen, of schrijf ik mijn conclusie over wat ik heb waargenomen? Dat onderscheid lijkt klein, maar maakt een rapportage aanzienlijk preciezer en verkleint de kans dat een collega later op de verkeerde aanname doorwerkt.
Tijd is schaars in de zorg. Niemand zit te wachten op lange rapportages waarin de belangrijkste informatie verstopt zit tussen bijzaken, en kort en bondig schrijven is dan ook waardevol. Maar bondig schrijven betekent niet dat een tekst uit zo weinig mogelijk woorden moet bestaan. "Mevrouw at slecht" is kort, maar wat heeft de volgende collega daaraan? Heeft mevrouw twee happen gegeten, de helft van haar maaltijd, of helemaal niets? Was dit anders dan gisteren? Is er een alternatief aangeboden?
Een iets langere formulering kan een stuk informatiever zijn: "Mevrouw at ongeveer een kwart van de warme maaltijd en wilde daarna niet verder eten." De uitdaging zit dus niet in zo kort mogelijk schrijven, maar in zo compact mogelijk alle relevante informatie overbrengen. Dat vraagt keuzes, en die keuzes worden makkelijker naarmate de schrijver beter weet welke informatie de lezer werkelijk nodig heeft.
Een veelvoorkomende valkuil bij professioneel schrijven is wat je de kennisvloek zou kunnen noemen: als je zelf precies weet wat er is gebeurd, is het moeilijk om je voor te stellen wat een ander níét weet. Dat speelt sterk bij rapportages in de zorg. De medewerker die een situatie heeft meegemaakt, kent de patiënt, weet wat eraan voorafging en heeft misschien al met collega's overlegd. Die context zit vanzelf in het hoofd van de schrijver, terwijl de collega van de volgende dienst diezelfde context lang niet altijd heeft.
Bij het schrijven helpt het daarom om even van perspectief te wisselen. Zou een collega die deze situatie niet heeft meegemaakt op basis van deze tekst begrijpen wat er is gebeurd en wat belangrijk is? Wie die vraag gewend raakt te stellen, gaat vanzelf andere keuzes maken in wat wel en niet in de rapportage terechtkomt. Daarin zit een groot deel van professionele schrijfvaardigheid.
Schriftelijke communicatie in de zorg beperkt zich niet tot rapportages. Ook e-mails, interne berichten, notities, instructies en communicatie tussen verschillende disciplines vragen om helderheid. Wat zet je in een e-mail en wat bespreek je mondeling? Hoe formuleer je een verzoek zodat duidelijk is welke actie van iemand wordt verwacht? Hoe voorkom je dat de belangrijkste boodschap verdwijnt in een lange tekst?
Een bericht als "Zou iemand hier misschien nog even naar kunnen kijken?" laat veel open. Wie is iemand, waar moet naar gekeken worden, wanneer moet dat gebeuren, en wordt er alleen om een beoordeling gevraagd of moet de ontvanger daadwerkelijk iets doen? Duidelijk schrijven betekent daarom ook dat een lezer na afloop weet wat de informatie voor hem of haar betekent en of er iets van hem wordt verwacht.
Bij schrijfvaardigheid wordt nog vaak gedacht aan grammatica, spelling en stijlregels. Die zijn belangrijk, maar vormen slechts een deel van goed professioneel schrijven. Een tekst zonder spelfouten kan lang, vaag of onduidelijk zijn, terwijl een begrijpelijke rapportage geen ingewikkelde formuleringen hoeft te bevatten. Voor zorgprofessionals gaat schrijfvaardigheid vooral over keuzes maken: wat is relevant, wat is feitelijk, welke context heeft de lezer nodig, wat kan weg en welke formulering voorkomt uiteenlopende interpretaties.
Dat zijn vaardigheden die goed te trainen zijn, mits de training aansluit op wat medewerkers werkelijk schrijven. Algemene oefeningen die ver van de werkpraktijk afstaan, leveren beperkt resultaat op. Werken met herkenbare rapportages, e-mails en notities uit de eigen organisatie werkt aanzienlijk beter, omdat deelnemers meteen zien hoe het geleerde toepasbaar is op wat morgen weer op hun scherm verschijnt. Bij NIOW worden schrijftrainingen in de zorg om die reden opgebouwd rond de teksten die de deelnemers zelf produceren. Rapportages uit het eigen ECD, e-mails, overdrachten en interne notities vormen het uitgangspunt. Er wordt geoefend met het
onderscheiden van observatie en interpretatie, met logisch ordenen van informatie, met korter formuleren en met schrijven vanuit de lezer. Doordat NIOW al lang werkt met zorgorganisaties, sluit de aanpak aan op de dagelijkse realiteit van verpleegkundigen, verzorgenden, artsen en leidinggevenden.
Zorgprofessionals hoeven geen tekstschrijvers te worden. Een goede professionele tekst doet iets veel praktischers: hij zorgt ervoor dat een collega begrijpt wat er is gebeurd, welke informatie relevant is en wat er eventueel moet gebeuren. De beste vraag bij een rapportage is daarom misschien niet "Heb ik dit goed opgeschreven?" maar "Kan de volgende collega hiermee verder?" Wie vanuit die vraag leert schrijven, kijkt anders naar rapportages, e-mails en andere dagelijkse communicatie. En precies daar begint betere schrijfvaardigheid in de zorg.
Willen medewerkers binnen jouw zorgorganisatie duidelijker, bondiger en professioneler leren schrijven? NIOW biedt praktijkgerichte schrijftrainingen voor zorgprofessionals binnen zorginstellingen. De training wordt afgestemd op de teksten, formats en communicatiesituaties die binnen de organisatie voorkomen, zodat deelnemers werken aan schrijfvaardigheden die zij direct kunnen toepassen op de werkvloer. Neem contact op met NIOW om de mogelijkheden voor jouw organisatie te bespreken.
Wat is belangrijk bij rapporteren in de zorg? Een goede rapportage is duidelijk, feitelijk en bevat de informatie die een collega nodig heeft om de situatie te begrijpen. Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen wat daadwerkelijk is waargenomen en de interpretatie daarvan.
Hoe leer je zorgmedewerkers bondiger schrijven? Bondiger schrijven begint met bepalen welke informatie de lezer daadwerkelijk nodig heeft. Vervolgens kan worden geoefend met het schrappen van herhaling, concreter formuleren en logisch ordenen van informatie.
Is schrijftraining alleen bedoeld voor medewerkers die moeite hebben met Nederlands? Nee. Professioneel schrijven gaat veel verder dan taalniveau, spelling en grammatica. Ook ervaren Nederlandstalige professionals kunnen bijvoorbeeld werken aan bondigheid, structuur, lezersgericht schrijven en concreter formuleren.
Kan een schrijftraining worden aangepast aan rapportages uit onze organisatie? Ja. Een incompany schrijftraining kan worden afgestemd op de soorten teksten en communicatiesituaties die binnen de organisatie voorkomen. Daardoor kunnen deelnemers oefenen met situaties die zij uit hun eigen werk herkennen.