In de ogen van veel Duitsers zijn Nederlanders enthousiaste levensgenieters die een goede balans hebben gevonden tussen werk en privé. Wij hebben wel meer officiële feestdagen dan Nederlanders, maar parttime werken of ADV is nog vrij onbekend in Duitsland: je werkt fulltime of je werkt niet. Wellicht hangt het hiermee samen, maar wat mij ook opvalt is dat ‘vakantie’ een belangrijke plaats inneemt in het leven van de Nederlander.

 

Familiebanden

Familiebanden lijken hier nauwer te zijn. Intensief contact is er niet alleen met ouders en broers en/of zussen, maar ook met ooms, tantes, neven en nichten. Wij zouden dat in Duitsland misschien wel willen, maar praktisch gezien loop je dan al gauw op tegen grotere reisafstanden. Eigenlijk zie je hen maar één of twee keer per jaar. Het valt mij op dat Nederlanders sowieso gemakkelijk contact leggen. Men staat open voor anderen en de interesse lijkt oprecht. De instelling is hier toch internationaler dan in Duitsland en wat het heel gemakkelijk maakt is dat je met Engels overal wel terecht kunt.

Direct

Op deze plek moet ik natuurlijk ook wat zeggen over de bekende directheid van Nederlanders. Ja, ook op Duitsers komt de Nederlandse communicatiestijl wat onbeleefd en tactloos over. Een eerste, botte,  indruk is gauw gewekt. Zo verbaas ik me soms over de manier waarop vragen gesteld worden. Als een Nederlander een afspraak wil maken dan vraagt hij heel letterlijk: “Zullen we een afspraak maken?” Een Duitser schrikt van deze directe benadering en had dezelfde vraag als volgt gesteld: “Ik zou graag een afspraak met u willen maken.” Hij geeft de andere partij daarmee het idee nog onder de afspraak uit te kunnen. Je hoeft je dus niet zozeer aan te passen in wat je wel en niet zegt, maar wel in de manier waarop je het brengt.
Bepalende begrippen in dit verband zijn: respect, beleefdheid en persoonlijke ruimte. Als je hiermee een beetje weet te spelen, dan kun je veel voor elkaar krijgen.

Iets anders wat op zakelijk gebied onbedoeld een verkeerde indruk kan wekken is de Duitse verwachting dat alle afspraken schriftelijk vastgelegd worden. Als Nederlandse leverancier bent u vaak degene van wie de schriftelijke bevestiging verwacht wordt. Doet u dat niet, dan lijkt u onprofessioneel. Zorgt u er ook voor dat uw tekst in grammaticaal correct Duits gesteld is, want de kans bestaat dat u minder serieus genomen wordt als u fouten maakt. Bovendien kunnen grammaticale fouten onduidelijkheden veroorzaken. En de bevestiging is juist bedoeld om verschillende interpretaties uit te sluiten.

Waarmee maakt u een goede beurt in Duitsland? Een welgemeende poging om Duits te spreken wordt zeer op prijs gesteld. Een accent is geen probleem en komt vaak plezierig over; al moet u natuurlijk wel verstaanbaar zijn. Een foutloze grammatica is alleen voor het schrijfwerk van belang. Duitsers spreken zelf ook niet alle uitgangen uit. Gaat u een speech houden, dan luisteren de naamvallen wel weer wat nauwer.
Afgezien van de taalbeheersing, wordt een zelfbewust en competent optreden gewaardeerd; daarmee laat u immers uw vakkennis zien. Combineert u dit met een eerlijke interesse in uw gesprekspartner en respect voor de zakelijke omgangsvormen, dan zit het met die eerste indruk wel goed.

Dutzen 

Het gebruik van ‘Du’ en ‘Sie’ levert nog wel eens wat onzekerheid op. In principe zegt u ‘Sie’, zeker als u uw gesprekspartner niet kent. In wat meer traditionele organisaties spreken ook collega’s die al jaren samenwerken elkaar nog steeds met ‘Sie’ aan. In jongere, meer trendy branches zoals reclame, muziek, film, sport en kunst, zal men eerder dutzen. Hiërarchie speelt hierin natuurlijk ook een rol. Tegen je baas zal je niet zo snel ‘Du’ zeggen als tegen je collega’s. Het initiatief tot dutzen wordt genomen door degene die een hogere positie in de hiërarchie heeft of ouder is.

Een andere valkuil zijn de zogenaamde ‘Falsche Freunde’: woorden die in het Nederlands en Duits bijna hetzelfde klinken, maar een totaal andere betekenis hebben. Het Duitse ‘durven’ betekent ‘mogen’ in het Nederlands. ‘Deftig’ betekent ‘stevig’ en zeer bekend maar toch nog vaak verkeerd gebruikt is ‘bellen’. Een Duitse hond ‘bellt’; als u de telefoon pakt en wilt gaan bellen, dan gaat u ‘anrufen’ of ‘telefonieren’.

Wat mij in het begin ook erg verbaasde, was het veelvuldige gebruik van ‘sollen’ door Nederlanders. Nu begrijp ik dat we hier weer te maken hebben met een ‘Falsche Freund’. Als je na een etentje zegt: “Ich soll die Rechnung bezahlen.”, dan wek je de indruk dat je een bevel opvolgt of je op z’n minst zeer verplicht voelt om de rekening te betalen. Als dit niet de gewenste indruk is, zegt u dan de volgende keer: “Ich werde die Rechnung bezahlen.”

Meer weten? Bekijk deze trainingen.

E-book ‘Zakelijk corresponderen in 4 talen!’

Schrijf je in voor onze nieuwbrief en ontvang als dank het E-book ‘Zakelijk corresponderen in 4 talen!’

 

We sturen je 4 tot 6 keer per jaar onze nieuwsbrief vol handige tips over taal en schrijven.

Goede training met gemotiveerde trainer.

Deelnemer training Opfriscursus Nederlands

Training heeft vooral over de barrière heen geholpen om Engels te praten, het is niet erg om fouten te maken. Dat is fijn!

Deelnemer training Business and banking English

Deze cursus geeft me meer zekerheid in mijn Engelse gesprekken. Ook de manier via live verbinding werkte prima, vertraging op de lijn weegt niet op tegen besparing van reistijd. De trainster deed het heel prettig en heeft me veel geleerd.

Deelnemer training Zakelijke communicatie Engels